
Soms ontwikkelt de taal van een kind wat trager dan je zou verwachten. De eerste woordjes laten op zich wachten, er worden rond 2 jaar nog geen woorden gecombineerd tot korte zinnetjes, …
Bij andere kinderen merken we een atypische taalontwikkeling. Het kind ondervindt woordvindingsmoeilijkheden, spreekt woorden verkeerd uit, begrijpt niet alles wat er gezegd wordt, heeft problemen met het juist gebruiken van klanken, kan moeilijk beurtnemen in een gesprek, … Dan spreken we van een taalontwikkelingsstoornis.
Binnen onze taaltherapie gaan we samen met de ouders op zoek naar de sterke en zwakke vaardigheden van het kind. Bij kinderen onder de 3 jaar starten we met ouderbegeleiding.
Individuele taaltherapie is al mogelijk vanaf 2 jaar. We werken op maat van het kind een therapieplan uit waarbij taalinhoud, taalvorm en taalgebruik al spelend aan bod komen.







Dysfagie of een slikstoornis kan ontstaan omwille van bepaalde aandoeningen zoals hoofd- en halskanker, de ziekte van Parkinson, een trauma of beroerte, multiple sclerose, ALS, … . Hierbij kan je bepaalde klachten ervaren zoals voedsel dat (gedeeltelijk) in de mond achter blijft, hoesten voor, tijdens of na het

restverschijnselen na een perifere aangezichtsverlamming (facialis paralyse).